boekenopener.punt.nl
Fragment D.D.

Uit  revers locker's roman "De Draak" :

3.

 

Op z’n werk waren de arbeids-therapeuteraars het na uiteindelijk aan de dag tredende eerste tekenen van afhakend gedrag al snel eens. Het hele ‘bedrijfsgebeuren’ interesseerde hem kennelijk niet. Hij begon de confirmatie aan de ‘corporate identity’ van de company los te laten. Relativeerde beduidend. Zat er niet meer bovenop. Niet gretig genoeg meer.

Zijn klachten over lusteloosheid en verminderde concentratie hielpen subiet. Ze duurden het behandelend team te lang. Daar wilden ze vanaf. Hij liep hen en collega’s vrijwel alleen maar in de weg met z’n gezeur. Te zieken. Simuleerde. Verpestte het binnenklimaat. Hij moest er maar uit. Vooralsnog de ziektewet in, de WAO of wat voor alibi er maar viel te versieren. Wegsturen bleek de enig juiste oplossing. Van elkaar af. We moeten helaas afscheid van u nemen. Identiteitscrisis, penopauze, niet lekker in z’n vel, of hoe dat ook mocht worden genoemd. Laat je een burn out annex vermoeidheids-syndroom aansmeren. Altijd wel iets dat plausibel klonk te vinden. Arbeidstechnisch en medisch verantwoord. Niemand die het durfde te ontkennen of kan bewijzen. Het voordeel - of lievere nog het loon - van de twijfel werd hem vergund. Alleen al door afwijkend gedrag of geklaag werd hij op z’n wenken bediend. Keuzen genoeg. Alles kreeg tegenwoordig keurig een naam had hij begrepen. Hij hoorde in een ander vakje.

 

Zo werd hij tot zijn genoegen in één of ander kaart-systeem gestopt en mocht hij voorlopig thuis blijven. Eigen verantwoordelijkheid werd hem geschonken. Zolang hij dat zelf aankon. Dacht nodig te zullen hebben. Je was gelegitimeerd als het euvel maar een wetenschappelijke duiding genoot.

Met behoud van traktement voor langere, onbepaalde, termijn thuis op verzoek. Het begin van zijn zo vurig gewenste eenzaam avontuur was hem in de schoot geworpen. Klaarmaken voor de volgende stap. 

Dat lukte hem dus ook. Fluitje van een cent. Al zou hij het na een jaar of zo toch met een WAO-uitkering moeten doen. Met een enkelvoudige bijstand-regeling had hij het niet gered, veronderstelde hij. Kondigde het voorteken van zijn doorbraak zich nu dan toch aan?

 

Hij wilde de zaak op één of andere manier een beetje netjes maar resoluut afsluiten. Zijn naaste collega’s begrepen er niets van maar speelden het spelletje mee. Hij nam op formeel afscheid (“leuk hoor, maar het is toch voorlopig? Je bent toch nog niet weg. We zien je graag terug hier! Altijd een prima collega geweest.”) van zijn makkers met een etentje bij de Italiaan tegen de achtergrond van een levensgrote repro van het Laatste Avondmaal. Die moest van Andy Warhol kwarkbol geweest zijn of anders op z’n minst van Michel Angelo. Hij kon het niet helemaal goed zien en wilde de scène zo gauw mogelijk vergeten. Onder beschaafde hilariteit had hij met een breed armgebaar in zijn geïmproviseerde speechje de aandacht op de gewaagde illustratie van goddelijk tafelen achter zich gevestigd waarbij hij per ongeluk rechtstreeks op de Judas-figuur wees.

Tenslotte had hij ten afscheid als cadeau een exemplaar van het tot dan toe middelste deel van de eindeloze romancyclus “Het Bureau” gekregen. De hele stapel zou echt teveel geweest zijn. Een repeterende breuk met het verleden zou hij het ’t liefst willen noemen, maar niemand die dat begreep. Wel werd hem tussen neus en lippen geadviseerd het boekwerk uitsluitend ter herkenning door te nemen omdat hij eenzelfde geschiedenis zelf al had meegemaakt. Aan den lijve ondervonden. Eén grote farce. Een complot. Massale misleiding van de klant.

 

Dus toch iets van herkenning. Dat viel hem dan nog mee van z’n voormalige makkers in het kwaad. Hij besloot zich aan de belofte  te houden het lijvige schrijfsel echt helemaal door te worstelen, waarna hij het bejubelde werk dezelfde week nog weggooide. Uit consideratie bewaarde hij alleen de titelpagina met de handttekeningen en wensjes van de collega’s. Dat was dus voorbij. Hij wilde niets meer met de opgeroepen sfeer te maken hebben. Hij was immers net zo lekker bezig om af te kicken.

Een eerdere crisis waarop hij had aangestuurd had hij als voorzichtige inleiding benut. Het was eigenlijk geen crisis. Het was eerder een schijnbeweging voor voorgenomen vluchtgedrag. In feite een proefballon voor hem, waaraan het allang vaststaande besluit tot vertrek was voorafgegaan. Eentje maar. Het bestond uit het simuleren van chronische hoofpijn die hem helemaal suf maakte. Of het plotseling was opgekomen. Migraine misschien? Hij wist het niet. Maar was toen geëxcuseerd voor zeven weken flierefluiten. Erg goed nadenken en besluiten zat er evenwel niet in. Hij zat met de overgang. Midlife crisis. Mag een man het ook eens erkend moeilijk hebben?

Hij kwam na een poosje ongeïnteresseerd terug op kantoor en deed alsof. “Je gaat vooruit man”. Dankjewel, had hij beleefd geantwoord. Had een lachje geforceerd dat wonderwel was geslaagd. Zette z’n handelen op de automaat. Hetgeen niet zo moeilijk is als je geen ambities meer hebt in je routineuze baantje. Het apparaat drijft het beste op de automatische piloot.

 

In de verrekt niet eenvoudig te spelen rol van zombie lukte het hem definitief af te haken. De bedrijfpsycholoog perste er uiteindelijk maar één conclusie uit: Het is heel eenvoudig. Je bent beland in het stadium waarin je de snelle veranderingen binnen de samenleving niet goed meer kunt bijhouden. Het advies luidde in tweede instantie dan ook dat Joris totaal iets anders moest gaan doen op kosten van diezelfde samenleving die hem de gemiste aansluiting had aangedaan. Hij moest maar zien. En Joris wilde dat graag inzien. Het klonk hem als een bevrijding en uitdaging in de oren.

 

Hij bezon zich intussen op een strategie hoe hij verder uit de benedenwaartse spiraal kon komen. Wat zou z’n kennissenkring voor reactie hebben op zijn plotselinge aankondiging totaal iets anders te willen gaan doen of te zullen vertrekken? Zou het medelijden uitgaan naar hem of naar Mieke. Gekloot over de nadrukkelijke adviezen van onwetenden zich honderdmaal te moeten bedenken. Wat je laat schieten man. Dat kun je Mieke toch niet aandoen.

Het zou kunnen voorgeven dat hij zich er langzaamaan van bewust was gaan worden dat hij in wezen homofiel was. Dat hij alleen moest zijn om daarmee te leren omgaan. Er mee in het (on)reine te komen. Daarover zogenaamd verantwoording af te leggen. Dat leek hem wel wat. De maatschappij was daar zo’n beetje zonder al te grote schokken aan toe om dat te accepteren, voor even normaal te laten doorgaan als sexuele intimidatie in het huwelijk, wurgsex en woerd-achtige verzuipsex, en dat zelfs te legitimeren. Nog interessant te vinden ook. Handige kappers, balletdansers en een verdwaalde schrijver waren er met succes in voorgegaan. Hoezo hij dan niet. Je hoefde er toch niet voor te worden geballoteerd?

Z’n geëmancipeerde vrouw zou het zeker begrijpen. Mieke was toch toegankelijk genoeg voor al dat soort zaken. Als directie-secretaresse maak je toch ook van alles mee en ben je algeheel door de wol geverfd. Je kon het zo gek niet bedenken. Ze kon zich in alles inleven en kon zich verplaatsen in welke aberratie dan ook.

Verdrietig zou ze zijn; dat wel natuurlijk. Maar ze zou zich er snel overheen kunnen zetten. Zij had vriendinnen en andere sociale relaties zat. Hij had geen enkele behoefte aan voortzetting van hun bestaande gezamenlijke en wederzijdse contacten. De beproefde sleur van bezoek en tegenbezoek enzovoorts enzovoorts.

 

Reacties

Commentaar
Jouw naam/bijnaam
Website url
E-mail
Je Punt profiel
Hou mij op de hoogte
Ik wil op de hoogte gehouden worden
Dit is een verplicht veld
Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl