boekenopener.punt.nl
Fragment F.


Vervolg 20 van locker's e-roman "Façades":


Tot zijn verbazing bleek de “National Trust” Stonehenge te hebben gepland om onderdeel te worden van een formeel relax-park. Een artificiëel stiltegebied temidden van 400 acres downland van Wildshire. Ver van geluid en etensluchtjes van de grote stad. De illusie van adoratie werd daar alleen maar groter door. Opgeofferd aan vreemdelingen-verkeer, met de nadruk op verkeer. Niets oorspronkelijks en vertrouwds meer in z’n omgeving. Dan helemaal ingepakt, geïsoleerd en aan sociaal toerisme verpatst. Niet meer van verre in alle dominantie in het landschap waar te nemen. Ontdaan van de nu nog menselijke maat temidden van koddige grafheuveltjes. Want zo hoorde het. Wat het ook mocht voorstellen.

De grootste steen (in tweevoud) komt van Marlborough Downs, dertig kilometer weg, las Jim. Een week sjouwen voor een potig mannetje of vijftig. De derde steen (qua grootte), de blauwe, zou warmer aanvoelen dan de grootste Sarsensteen. Die zou uit de Prescelly Mountains in Dyfed County zijn ontvreemd.

‘Onmogelijk sjorren aan een dood paard door de woestenij,’ volgens Nick. Hij keek er triomfantelijk bij.

‘Toe nou. Goedkope arbeidskrachten en tijd genoeg,’ corrigeerde Jim.

‘Geef mij dat stuk dáár maar,’ gaf Nick terug terwijl hij op een tiener wees die in aanbidding door de knieën was gegaan en daarbij onvoorzichtig een inkijk bood. ’Er zit nog net geen “beaver-shot” in.’

Jim negeerde de ontheiligende vuilpraat. Hij veronderstelde dat indertijd nogal wat van het pine- en hazelwood-landschap moest zijn aangetast om Stonehenge voorelkaar te krijgen. De natuur kon daarbij een handje helpen. Gewoon even de fik erin.

In ieder geval zou Stonehenge geen bijzondere reden voor halve garen hoeven zijn om er volstrekt ridicule sessies op te voeren tijdens de nacht van de zonnewende. De langste dag. Het begin van de zomer of welk ander slecht excuus dat er maar te vinden was. Astrologisch gebazel, zoals dat universeel door elkaar wordt nagestameld en ritueel beleden.

‘Zand erover alsjeblieft. Dat helpt ook om de permanente stank van rondspetterende koeienstront te bestrijden.’

Daar kon Nick het mee eens zijn.

Jim stelde vast dat de grijze oudheid in nevelen gehuld blijft, en dat elke generatie het mysterie door allerlei toevoegingen en souvenir-jagerij alleen maar dieper maakt. De onzichtbare hand van het verleden leidt tot bizarre plechtigheden die door moeten gaan voor waarachtige duivelskunt of geestverrijking. Het gewenste spinsel verwijdert steeds verder van de oorspronkelijke werkelijkheid. De verbintenis met de historie wordt steeds meer tot een aaneenschakeling van kortsluitingen in plaats van “delactable touchy”.

‘Wetenschappers willen zo graag iets moois en iets nieuws vinden. De geleerde dames en heren waren zelfs in staat om de prehistorische Valley of the Rocks kei voor kei te determineren om te kunnen vaststellen dat het hier om zorgvuldig bij elkaar verzamelde kunststukjes zou gaan. Toevalligheden van de natuur? Nog nooit van gehoord.’ 

Jim lachte voluit. Nick schrok zich rot.

Bij Stonehenge, nota bene op het Salisbury Plain, zo legde  Jim hem uit, is nog nauwelijks sprake van iets bijzonders. Er werden wat uitzonderlijk gevormde en bewerkte stenen symbolisch - maar al in de middeleeuwen niet meer qua opzet te traceren hoe precies - bij elkaar gezet. De stenen zijn door volgende generaties alsmaar verplaatst, anders bewerkt en aangevuld, en opnieuw gegroepeerd in afwijkende patronen. Dat geldt ook voor tal van soortgelijke monumenten in heel Europa. Men aapte elkaar simpelweg na om niet het odium op zich te laden niet van deze tijd te zijn.

De primitieve kring-verzameling opstaande zandsteenblokken, bijeengeraapte dolerietbrokken, trilithen en monolithen binnen onduidelijk en rommelig aandoend aardwerk deden hem alleen wat omdat hij er nu ook zelf bij was. Zonne-riten, dansen en bezweringen waren er naar wisselend inzicht bijgefrunnikt.

‘De Bronstijd verhaspeld met de bronsttijd.’

‘Zou best kunnen’. Nick geloofde het wel. Rozig van het lange verblijf in de buitenlucht vond hij het niet nodig een geeuw te onderdrukken. Hij was doodmoe en hij moest nog rijden ook.

Maar Jim wilde hun bezoek gebruiken om zoveel mogelijk vraagtekens te zetten. Hij beweerde dat deze huidige benadering van Stonehenge geheel past in de hardnekkige tweeslachtigheid waarmee het Verenigd Koninkrijk de ‘Dark Ages’ duiden. ‘Als het zo uitkomt wordt daarmee de periode tussen de Bronstijd en de opkomst van de Griekse beschaving aangemerkt. Zo niet dan wordt gekozen voor de Middeleeuwen als betekenis. Relative un-enlightment werd dat eufemistisch genoemd en er was kennelijk een groot commerciëel belang bij om de tweespalt vooral zo te houden. Wetenschappers vlogen elkaar schijnbaar geregeld in de haren om nog een beetje publiciteit te krijgen. Verhulling maakte het voortbestaan van wetenschappelijk onderzoek mogelijk. Er moest wat te graven blijven.’

Jim meende dat het in het geval Stonehenge net zo goed had kunnen gaan om het maken van indruk op een vrouw of de omgeving, de basis voor een groepsspel als voorloper of variant op het ooit zo universeel-populaire ‘vinger in de roet wie er mee doet’.

‘Wie weet,’ sneerde Jim, ‘misschien een bouwwedstrijd op langere termijn. De natuur gaf het voorbeeld: heksenkringen van paddestoelen waren er al in de vroege oudheid.’

Ook deze veronderstelling was niet aan Nick besteed.

Het feit dat tijdens de generaties durende opbouw - en met tussenpozen van eeuwen ook tal van veranderingen - van Stonehenge een plek had moeten worden opengehakt in het dichte woud van pines en hazels vond Jim eigenlijk nog het meest boeiende aan het geheel.

Intimidatie moest het zijn geweest. Stenen der wijzen werden tot stenen van krachtpatsers. Berekeningen zouden er niet aan te pas zijn gekomen. Op den duur moest het altijd lukken om stenen zo te bewerken, te verslepen en bij elkaar te zetten, dat het iets uitzonderlijks leek. Aangepast aan de heersende mode.

Vele malen was van alles geprobeerd, maar alleen het uiteindelijk redelijk lijkend resultaat telde. Waarom dit hele gedoe niet aan de fantasie van de toevallige passant overgelaten?

Op de terugrit kwam de Morris herhaaldelijk stil te staan in een file. Om de tijd te doden vertelde Jim dat hij woedend was geweest toen hij hoorde over de voorgenomen vernietiging van een eikenhouten tegenhanger van Stonehenge voor de kust van Holme-next-to-sea, die de bijnaam “Seahenge”, had gekregen.

Het leek een edele bedoeling om deze bij extreem laag tij bovengekomen bezienswaardigheid in z’n geheel elders te conserveren, maar dat was pure schijn. Daarmee werd dit oorspronkelijke gegeven totaal uit z’n verband gerukt en de vindplaats ontheiligd. De eerbied voor oorspronkelijke topprestaties geweld aangedaan en het natuurlijk evenwicht nodeloos verstoord. Vastleggen van de recente ontdekte formatie had ook anders gekund, zodat de natuur z’n gang had kunnen gaan. Bovendien: qua tijd, formaat en bedoeling hadden Stonehenge en Seahenge volgens Jim geheel niets met elkaar te maken. Stonehenge had tenminste nog iets verhevens. Seahenge was veel meer een hype, aangezwengeld na de toevallige vondst van een vierduizend jaar oude bronzen bijl in de buurt. Elk te leggen verband tussen de twee maakte de misleiding naar zijn inzicht alleen maar groter.

Jim draaide de zaak graag om. Bij Seahenge was de omgekeerde  boomstronk in het midden van de toevallige kring van gekliefde eiken stobben in zijn ogen niet erg origineel: de choreograaf Jiři Kylián had dat idee ook al gebruikt als hangend object boven het toneel in het ballet ‘Wings of wax’. Dat werk was eerder voltooid dan de ontdekking van Seahenge. De cirkelvormige pallisade was misplaatst ruimtegebruik.

Nick knikte afwezig toen Jim zich met stemverheffing kwaadmaakte over het verschijnsel dat de bewondering voor het prestatie-vermogen van vroegere culturen groteske proporties heeft aangenomen. Alsof er toen bovenmenselijk inzicht in ordening zou hebben bestaan of een doorwrochte visie op het zonnestelsel. Hoe dierbaar daar ook over wordt gedaan door een voorhoede, die al even verlekkerd was op moderne kunst, welke na een paar jaar weer was gedateerd en vergeten..

Jim was ervan overtuigd dat stenen door de eeuwen heen betekenis en geschiedenis hadden doorgegeven, maar niet op een wijze die wetenschappers in wisselende patronen en opvattingen hadden genoteerd. Tekens van cultuur en communicatie, die als enige bestand waren geweest tegen de elementen van de natuur. die Alleen verstoten enkelingen konden dat verstaan.

‘Stenen spreken. Dat weten ook de kinderen van de Himalaya’s al sinds mensenheugenis. Stenen hebben ziel en doel. Zij vormen ankers van geloof en devotie, waarmee bergen konden worden verzet. Voor de Dogon in Niger, de vroegste bewoners van Paaseiland, de Inca’s van Machupicchu en de hunebedbouwers. Stenen wijzen de weg. Benaderen het onvergankelijke nog het dichtst. Je kunt ervan op aan. Ze geven zekerheid en houvast.’

Het geschoolmeester verveelde Nick stierlijk. Hij had z’n volle aandacht bij het stuur nodig. Hij draaide een raampje open. Dat hielp niet. Geruis en frisse lucht waren niet tegen Jim’s gedaas  bestand.

Met aangehouden stemverheffing draafde de Canadees verder door.

‘Stenen als bouwelementen, werktuigen en wapens. Daar is het mee begonnen. Ziel en vorm. Meer nog dan met bomen hebben mensen van oorsprong iets met stenen gehad. Hoe harder des te intensiever. Door het bewerken, het verplaatsen en de rituelen daaromheen won de belangstelling aan kracht en intensiteit. Stenen gaven mensen een eigen bestemming voor hun toekomst mee. En raadsels die door latere generaties niet konden worden opgelost bij gebrek aan aanvaardbare overlevering. Verklaringen ontbraken omdat alles  vanzelfsprekend leek voor de volgende generatie. Die de kennis en ervaring vervolgens verwaarloosde of zich ertegen afzette. Een eigen interpretatie ging geven. We vergeten uiteindelijk alles.’

Zoals voor Nick voetbal oorlog betekende zo verhief Jim stenen tot eredienst.

Jim dwaalde verder af. Hij had het er nu plots over dat iedereen zijn eigen magie koesterde. Elke godsdienst zou al naar gelang de tijdsgeest zijn eigen dimensie van de tegen-materie cultiveren. Voor de Kelten was dat vooral de eerbied voor en de aanbidding van onderwereld en overvloed. Evenzeer uit bangheid voor de ondergang ontstaan. ‘Dat hersluit de rijen der goed-gelovigen. Zelfs de Church of England heeft tot mijn  genoegen net opnieuw bedacht dat geesten en demonen wel degelijk zouden bestaan.

De betekenis van al die steenhopen, die zich in de oude wereld aaneenregen langs de grillige paden van de civilisatie op weg naar de 21ste eeuw, blijft in wezen gelukkig onverklaard. Het is imposant om naar te kijken, maar daarna zou de zin ervan moeten ophouden. De knappe restauraties van tegenwoordig houden het natuurlijke en noodzakelijke proces van vergankelijkheid alleen maar nutteloos op. Hij die het steeds vager wordende verleden probeert vast te houden gaat juist daaraan dieper ten onder of openbaar voor schut.

Vooral waar men zweert bij de superkitsch van zwerfkeien of artistiek gehouwen menhirs, opgesteld in stadsparken en op pleinen met een permanente waterstraal erop. Pappen en nathouden dankzij een fontein.

Veelal is er sprake van zinloos en verstorend gewroet in de aarde, dat niets anders oplevert dan willekeurige formaties en vage bot-restanten. Iedere amateur-archeoloog zijn eigen ouwehoer-verhaal. Zo ook ik zei de gek.’

Vechtend tegen de slaap kon Nick deze laatste brabbel nog net tot zich laten doordringen. Hij had er schoon genoeg van om nog langer praatpaal te zijn. Ook hèm was Stonehenge tegengevallen.





Reacties

Commentaar
Jouw naam/bijnaam
Website url
E-mail
Je Punt profiel
Hou mij op de hoogte
Ik wil op de hoogte gehouden worden
Dit is een verplicht veld
Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl